27 DECEMBER 2009:   Feest van de H. Familie

 

Eerste lezing uit de profeet Sirach 3, 2-6+12-14

De Heer heeft een vader aangesteld over de kinderen, en de moeder recht gegeven over haar zonen. Wie zijn vader eerbiedigt krijgt vergeving van zonden en als iemand die schatten verzamelt is hij die zijn moeder eert. Wie zijn vader eert, beleeft vreugde aan zijn kinderen, en wanneer hij bidt, wordt hij verhoord. Wie zijn vader eert zal een lang leven genieten en wie zijn vader gehoorzaamt verkwikt het hart van zijn moeder. Wie de Heer vreest, eert zijn ouders. Kind, draag zorg voor uw vader op zijn oude dag en doe hem geen verdriet zolang hij leeft. Op de dag dat ge in nood zijt, wordt aan u gedacht; gij die nog in volle kracht zijt, veracht uw vader niet. Medelijden met uw vader wordt niet vergeten, anders dan de zonden bouwt zij uw huis op.

 

Tweede lezing uit de brief aan de Christenen van Kolosse 3, 12-21

Broeders en zusters,
Bekleedt u, als Gods heilige en geliefde uitverkorenen, met tedere ontferming, goedheid, deemoed, zachtheid en geduld. Verdraagt elkander en vergeeft elkander als de een tegen de ander een grief heeft. Zoals de Heer u vergeven heeft zo moet ook gij vergeven. Voegt bij dit alles de liefde als de band der volmaaktheid. En laat de vrede van Christus heersen in uw hart; daartoe zijt gij immers geroepen, als leden van één Lichaam. En weest dankbaar. Het woord van Christus moge in volle rijkdom onder u wonen. Leert en vermaant elkander met alle wijsheid. Zingt voor God met een dankbaar hart psalmen, hymnen en liederen, ingegeven door de Geest. En al wat gij doet in woord of werk, doet alles in de Naam van Jezus de Heer, God de Vader dankend door Hem. Vrouwen, weest uw man onderdanig, zoals het christenen betaamt. Mannen, hebt uw vrouw lief en weest niet humeurig tegen haar. Kinderen, gehoorzaamt uw ouders in alles, want dit is de Heer welgevallig. Vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij de moed niet verliezen. 

 

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens  Lucas 2, 41-52

Ieder jaar reisden de ouders van Jezus bij gelegenheid van het paasfeest naar Jeruzalem. En overeenkomstig het gebruik bij dit feest gingen zij opnieuw daarheen toen Hij twaalf jaar geworden was. Maar na afloop van die dagen keerden zij naar huis terug. Het kind Jezus bleef echter in Jeruzalem achter zonder dat zijn ouders het wisten. In de mening dat Hij zich bij de karavaan bevond, gingen zij een dagreis ver en zochten Hem toen onder familieleden en bekenden. Omdat zij Hem niet vonden keerden zij al zoekende naar Jeruzalem terug. Pas na drie dagen vonden zij Hem in de tempel, waar hij te midden van de leraren zat, naar wie Hij luisterde en aan wie Hij vragen stelde. Allen die Hem hoorden, waren verbaasd over zijn begrip en zijn antwoorden. Toen zij Hem daar opmerkten, stonden zij verslagen. Zijn moeder zei tot Hem: “Kind, waarom hebt Ge ons dit aangedaan? Denk toch eens met wat een pijn uw vader en ik naar U hebben gezocht.” Maar Hij antwoordde: “Wat hebt ge toch naar Mij gezocht? Wist ge dan niet, dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?” Zij begrepen echter niet wat Hij daarmee bedoelde. Hij ging met hen mee naar Nazaret en was aan hen onderdanig. Zijn moeder bewaarde alles wat er gebeurd was in haar hart. En met de jaren nam Jezus toe in wijsheid en welgevalligheid bij God en de mensen.

Overweging

Kind, hoe kon je ons dit aandoen? (Lucas 2,48)

We zijn geneigd aan Jezus, Maria en Jozef te denken als een modelgezin waar wij nooit aan kunnen tippen. De verleiding is groot te denken dat zij niets met ons gemeen hebben en nooit kunnen begrijpen wat wij van dag tot dag meemaken. In dat geval zou de kerk kunnen spreken van het feest van de “volmaakte familie” – maar dat doet zij niet. Volmaaktheid en heiligheid zijn niet altijd hetzelfde. We leven in een onvolmaakte wereld, en we maken allemaal narigheid en ellende mee, wie we ook zijn. Het gaat er alleen om hoe wij erop reageren als ze op onze weg komen.

Laten we eens goed kijken naar het voorval in de lezing van vandaag. Er wordt een jongen vermist. Hij heeft niemand iets verteld en heeft er kennelijk ook niet bij stilgestaan hoe bezorgd zijn ouders wel zullen zijn. En de ouders hebben verzuimd zich ervan te vergewissen dat hun zoon bij hen is alvorens aan de lange reis te beginnen. Wanneer ze teruggaan naar Jeruzalem hebben ze geen idee waar ze Jezus moeten zoeken. Zou God Hem ergens naar toe geleid hebben … ze staan voor een groot vraagteken. Door schrik bevangen deinzen ze er niet voor terug Hem verwijten te maken wanneer ze Hem eindelijk teruggevonden hebben. Maar toch blijven ze te midden van al deze zorgen en misverstanden heilig, vol liefde voor God en voor elkaar!

Als we dan bij onszelf terugkomen dan zien we dat wij geregeld fouten maken, dat we elkaar niet begrijpen en dat we ons soms heel angstig voelen. Het kan heel goed zijn om familieleden en goede vrienden te vertellen hoe hun gedrag ons misschien heeft teleurgesteld, gekwetst of verbaasd, zolang we hen maar niet veroordelen of beschuldigen. Laten we vooral ons best doen goed naar hun uitleg te luisteren zodat we in alle eerlijkheid komen tot meer liefde en begrip.

Laten we de H. Familie bij ons thuis uitnodigen. Laten we ons eigen gezin en onze vriendenkring zien als plaatsen waar heiligheid beoefend wordt – geen heiligheid die woont op een verheven plek hoog boven de wederwaardigheden van het dagelijks leven, maar een heiligheid die zich ontplooit en verdiept op onze gezamenlijke reis naar vollere deelname aan het koninkrijk van God.

Gebed

Jozef, Maria, Jezus, jullie vormen samen de heilige Familie omdat jullie nooit ophouden elkaar lief te hebben. Vul mijn hart en mijn huis met dezelfde liefde.